
Valpreventie bij Ouderen: Hoe Fysiotherapie Helpt
Elk jaar belanden ruim 100.000 ouderen op de spoedeisende hulp na een val. Eén op de drie 65-plussers valt jaarlijks minstens één keer. Een val kan leiden tot botbreuken, langdurige revalidatie en verlies van zelfstandigheid. Het goede nieuws: veel van deze valpartijen zijn te voorkomen met de juiste begeleiding.
Wilt u uw valrisico laten beoordelen?
Een geriatriefysiotherapeut kan uw persoonlijke risicofactoren in kaart brengen en een valpreventieprogramma opstellen.
Vind een GeriatriefysiotherapeutWaarom vallen ouderen vaker?
Vallen is geen normaal onderdeel van ouder worden, maar het risico op vallen neemt wel toe met de leeftijd. Dit komt door een samenspel van veranderingen in het lichaam en de omgeving. Begrijpen waarom ouderen vaker vallen, is de eerste stap naar effectieve preventie.
Ons evenwicht is een complex systeem dat afhankelijk is van drie bronnen van informatie: wat we zien, wat ons evenwichtsorgaan in het binnenoor waarneemt, en wat sensoren in onze spieren en gewrichten voelen. Het brein verwerkt al deze informatie om ons rechtop te houden en te corrigeren bij verstoringen.
Met het ouder worden worden al deze systemen minder scherp. Onze ogen zien minder goed, vooral in het donker. Ons evenwichtsorgaan reageert trager. De sensoren in onze voeten en benen geven minder nauwkeurige informatie door. En ons brein heeft meer tijd nodig om te reageren. Combineer dit met afnemende spierkracht en stijvere gewrichten, en het wordt duidelijk waarom ouderen een hoger valrisico hebben.
Wist u dat?
- Eén op de drie 65-plussers valt minstens één keer per jaar
- Bij 80-plussers is dit zelfs één op de twee
- Vrouwen vallen vaker dan mannen, maar mannen hebben vaker ernstig letsel
- De meeste valpartijen gebeuren overdag, in en om huis
- Met de juiste training kan het valrisico met 30-40% verminderd worden
Een geriatriefysiotherapeut is gespecialiseerd in het beoordelen en verbeteren van balans, spierkracht en looppatroon bij ouderen. Lees meer over wat een geriatriefysiotherapeut precies doet of zoek direct een geriatriefysiotherapeut in de buurt.
Risicofactoren voor vallen
Risicofactoren voor vallen worden onderverdeeld in intrinsieke factoren (in de persoon zelf) en extrinsieke factoren (in de omgeving). Hoe meer risicofactoren aanwezig zijn, hoe groter de kans op een val.
Intrinsieke risicofactoren
Verminderde spierkracht
Zwakke beenspieren maken het moeilijker om te corrigeren bij struikelen
Balansproblemen
Moeite met rechtop blijven staan, vooral bij onverwachte verstoringen
Slecht zicht
Problemen met dieptezicht, staar, maculadegeneratie
Medicijngebruik
Slaap- en kalmeringsmiddelen, bloeddrukverlagers, pijnstillers
Andere intrinsieke risicofactoren zijn onder andere:
- Neurologische aandoeningen: Parkinson, beroerte, dementie, polyneuropathie
- Gewrichtsproblemen: Artrose in heupen, knieën of enkels beperkt de bewegelijkheid
- Duizeligheid: Door bloeddrukproblemen, medicijnen of oorproblemen
- Cognitieve achteruitgang: Verminderd beoordelingsvermogen en tragere reacties
- Eerdere val: Wie eerder is gevallen, heeft een verhoogd risico op opnieuw vallen
- Valangst: Angst om te vallen leidt tot minder bewegen, wat het valrisico verder verhoogt
Extrinsieke risicofactoren
Naast factoren in de persoon zelf, speelt de omgeving een grote rol. Veel valpartijen zijn te voorkomen door de woonomgeving veiliger te maken.
Valgevaren in huis
- Vloeren: Losse kleedjes, gladde vloeren, drempels, kabels
- Verlichting: Onvoldoende licht, vooral bij trap en gang
- Badkamer: Natte vloeren, ontbreken van handgrepen
- Trap: Steile trap, ontbrekende of losse leuningen
- Schoeisel: Sloffen zonder hiel, gladde zolen
- Hulpmiddelen: Verkeerd afgestelde rollator of geen hulpmiddel terwijl het wel nodig is
Meer informatie over het herkennen van risicosituaties vindt u in ons artikel over wanneer u een geriatriefysiotherapeut inschakelt.
De gevolgen van een val
Een val bij een oudere kan verstrekkende gevolgen hebben, veel meer dan bij een jongere persoon. Dit komt door de kwetsbaarheid van oudere botten en weefsels, maar ook door de psychologische impact.
Fysieke gevolgen
Letsel door vallen
- Heupfractuur: De meest gevreesde valverwonding. Leidt tot operatie, langdurige revalidatie en vaak blijvende beperkingen. 20-30% van de ouderen met een heupfractuur overlijdt binnen een jaar.
- Polsfractuur: Ontstaat doordat mensen zich proberen op te vangen. Beperkt de zelfstandigheid tijdelijk sterk.
- Wervelfractuur: Kan pijn veroorzaken en leiden tot houdingsveranderingen.
- Hoofdletsel: Vooral bij bloedverdunnergebruik kan een val tot ernstig hersenletsel leiden.
- Kneuzingen en schaafwonden: Lijken onschuldig maar genezen langzamer bij ouderen.
Psychologische gevolgen
Naast fysiek letsel heeft een val vaak grote psychologische impact. Valangst is een van de belangrijkste gevolgen en kan een neerwaartse spiraal in gang zetten.
- Valangst: Angst om opnieuw te vallen, ook als er geen letsel was
- Vermijdingsgedrag: Bepaalde activiteiten niet meer doen uit angst
- Minder bewegen: Door minder te bewegen neemt de conditie af
- Sociale isolatie: Niet meer naar buiten durven, afspraken afzeggen
- Depressie: Gevoelens van hopeloosheid en verlies van zelfvertrouwen
De neerwaartse spiraal van valangst, minder bewegen en verdere achteruitgang kan doorbroken worden met de juiste begeleiding. Een geriatriefysiotherapeut helpt niet alleen aan de fysieke aspecten, maar ook aan het herstellen van zelfvertrouwen.
Valrisico-analyse door de fysiotherapeut
De eerste stap in effectieve valpreventie is een grondige analyse van het persoonlijke valrisico. Een geriatriefysiotherapeut voert deze analyse uit tijdens de eerste afspraken.
Wat houdt een valrisico-analyse in?
1. Gesprek over voorgeschiedenis
De therapeut vraagt naar eerdere valpartijen, bijna-valincidenten, medicijngebruik, ziektegeschiedenis, dagelijkse activiteiten en zorgen over vallen. Ook de woonsituatie komt aan bod.
2. Fysiek onderzoek
De therapeut test de spierkracht van de benen, de beweeglijkheid van gewrichten, het reactievermogen en de coördinatie. Dit geeft inzicht in de lichamelijke beperkingen.
3. Balanstesten
Speciale testen meten de balans in verschillende situaties: staand met ogen open en dicht, op één been, bij het reiken, en bij verstoringen. Voorbeelden zijn de Berg Balance Scale en de Timed Up and Go test.
4. Loopanalyse
De therapeut observeert het looppatroon: staplengte, loopsnelheid, voeten optillen, armzwaai, stabiliteit bij draaien. Afwijkingen in het looppatroon verhogen het valrisico.
5. Valangst meten
Met vragenlijsten wordt de mate van valangst in kaart gebracht. Valangst is een belangrijke risicofactor die apart aandacht verdient in de behandeling.
Op basis van deze uitgebreide analyse stelt de therapeut een persoonlijk risicoprofiel op en bepaalt welke interventies het meest effectief zullen zijn. Lees ook ons artikel over de eerste afspraak bij de geriatriefysiotherapeut.
Het valpreventieprogramma
Een valpreventieprogramma is een gestructureerd oefenprogramma gericht op het verminderen van het valrisico. Het programma wordt individueel afgestemd op basis van de valrisico-analyse en de persoonlijke doelen van de patiënt.
Onderdelen van een valpreventieprogramma
Balanstraining
Oefeningen om de balans te verbeteren in verschillende situaties: statisch, dynamisch, met en zonder visuele feedback.
Krachttraining
Oefeningen voor de beenspieren: quadriceps, hamstrings, kuitspieren en heupspieren. Stevige benen zijn essentieel voor stabiliteit.
Looptraining
Oefenen met lopen in verschillende omstandigheden: over obstakels, op oneffen ondergrond, met dubbeltaken.
Functionele training
Oefenen van dagelijkse activiteiten: opstaan uit een stoel, traplopen, bukken, reiken.
Duur en frequentie
Een effectief valpreventieprogramma duurt meestal 8 tot 12 weken. Onderzoek toont aan dat deze duur nodig is voor blijvende verbeteringen in balans en kracht.
- Sessies bij de therapeut: 1-2 keer per week, 30-45 minuten
- Thuisoefeningen: Dagelijks of minimaal 3 keer per week
- Onderhoudsschema: Na afloop van het programma blijven oefenen om resultaat te behouden
Balanstraining: de basis van valpreventie
Balanstraining is het hart van elk valpreventieprogramma. Het doel is om het evenwichtssysteem te trainen zodat het beter kan omgaan met verstoringen en uitdagingen.
Soorten balansoefeningen
Een goed balansprogramma bevat verschillende soorten oefeningen die verschillende aspecten van balans trainen:
Statische balans
Stilstaan in uitdagende posities: voeten naast elkaar, voeten achter elkaar (tandemstand), op één been. Met open en gesloten ogen.
Altijd met steun in de buurt, zoals een stevige stoel of tafel.
Dynamische balans
Balans tijdens beweging: gewicht verplaatsen, reiken, draaien, lopen met richtingsveranderingen.
Simuleert situaties uit het dagelijks leven zoals iets uit een kast pakken.
Reactieve balans
Trainen van snelle reacties op verstoringen: het opvangen van een onverwacht duwtje of het herstellen na een struikelmoment.
Wordt onder begeleiding van de therapeut geoefend in een veilige omgeving.
Dubbeltaak training
Balans houden terwijl u iets anders doet: lopen en tegelijk praten, een voorwerp dragen, of tellen.
Belangrijk omdat vallen vaak gebeurt als de aandacht verdeeld is.
De geriatriefysiotherapeut past de moeilijkheidsgraad aan op uw niveau en bouwt geleidelijk op. Wat begint met eenvoudige oefeningen met steun, kan uitgroeien tot complexe bewegingen zonder hulp.
Krachttraining voor stevige benen
Naast balans is spierkracht een cruciale factor in valpreventie. Sterke beenspieren zorgen voor een stevige basis en maken het mogelijk om snel te reageren bij dreigend evenwichtsverlies.
Spierverlies (sarcopenie) is een normaal verouderingsproces, maar kan versneld worden door inactiviteit en ziekte. Het goede nieuws: met gerichte krachttraining is spierverlies te vertragen en zelfs deels terug te draaien, ook op hoge leeftijd. Lees meer over spierkrachtverlies bij ouderen.
Belangrijke spiergroepen
- Quadriceps (voorkant bovenbeen): Essentieel voor opstaan uit een stoel en traplopen
- Hamstrings (achterkant bovenbeen): Belangrijk voor lopen en afremmen
- Kuitspieren: Nodig voor afzetten bij het lopen en reacties op verstoring
- Heupspieren: Zorgen voor zijwaartse stabiliteit bij het lopen
- Rompspieren: De core zorgt voor stabiliteit van het hele lichaam
Veilig trainen
Krachttraining bij ouderen vereist speciale aandacht voor veiligheid. De geriatriefysiotherapeut houdt rekening met aandoeningen, medicijngebruik en individuele beperkingen. Training kan plaatsvinden met:
- •Lichaamsgewicht (zitten-staan oefeningen, kniebuigingen met steun)
- •Elastische banden met verschillende weerstandsniveaus
- •Lichte gewichten of enkelgewichten
- •Fitnessapparaten (in de praktijk)
Omgaan met valangst
Valangst is een veelvoorkomend probleem bij ouderen, vooral na een eerdere val. Zelfs mensen die nooit zijn gevallen kunnen valangst ontwikkelen. Deze angst is begrijpelijk, maar kan problematisch worden als het leidt tot vermijdingsgedrag.
De vicieuze cirkel van valangst
- Angst om te vallen ontstaat (na een val of door verhalen van anderen)
- Activiteiten worden vermeden uit voorzichtigheid
- Door minder te bewegen nemen spierkracht en balans af
- Het werkelijke valrisico neemt toe
- De angst wordt bevestigd en versterkt
Hoe helpt de geriatriefysiotherapeut bij valangst?
- Geleidelijke blootstelling: Stap voor stap worden uitdagende situaties geoefend in een veilige omgeving
- Succesmomenten creëren: Door haalbare doelen te stellen groeit het zelfvertrouwen
- Educatie: Uitleg over het valrisico en hoe dit te verminderen geeft controle terug
- Veilig vallen leren: Technieken om bij een val de schade te beperken
- Praktische tips: Advies over hulpmiddelen en aanpassingen die de veiligheid verhogen
Het overwinnen van valangst kost tijd, maar is een van de belangrijkste onderdelen van valpreventie. Met de juiste begeleiding kunnen ouderen weer vertrouwen krijgen in hun eigen kunnen.
Aanpassingen in huis
Naast training is het aanpassen van de woonomgeving een belangrijk onderdeel van valpreventie. Veel valpartijen gebeuren thuis en zijn te voorkomen door de omgeving veiliger te maken.
Een geriatriefysiotherapeut die aan huis komt, kan direct advies geven over aanpassingen. Lees meer over de mogelijkheden in ons artikel over thuisbehandeling versus praktijk.
Praktische tips per ruimte
Woonkamer
- • Verwijder losse kleedjes of bevestig ze met antislip
- • Zorg voor voldoende ruimte om te lopen, ook met rollator
- • Leg kabels en snoeren langs de muur
- • Kies een stoel met armleuningen voor makkelijker opstaan
Badkamer
- • Plaats handgrepen bij toilet, douche en bad
- • Gebruik antislipmatten in douche of bad
- • Overweeg een douchestoel of -kruk
- • Zorg voor een verhoogd toilet indien nodig
Slaapkamer
- • Zorg voor een bed op de juiste hoogte
- • Plaats nachtverlichting voor s nachts naar het toilet
- • Houd een telefoon binnen handbereik
Trap en gang
- • Zorg voor stevige leuningen aan beide kanten van de trap
- • Markeer de eerste en laatste tree met contrast
- • Verwijder obstakels uit de gang
- • Zorg voor goede verlichting, vooral bij schakelaars
Voor grotere aanpassingen zoals een traplift, drempelhulp of complete badkamerrenovatie kunt u vaak via de gemeente (Wmo) ondersteuning aanvragen. De geriatriefysiotherapeut of ergotherapeut kan u hierbij adviseren.
Veelgestelde vragen
Waarom vallen ouderen vaker dan jongeren?
Ouderen vallen vaker door een combinatie van factoren: afnemende spierkracht, verminderde balans, trager reactievermogen, slechtere ogen, medicijngebruik dat duizeligheid veroorzaakt, en aandoeningen zoals Parkinson of artrose. Ook omgevingsfactoren zoals losse kleedjes en slechte verlichting spelen een rol.
Wat doet een geriatriefysiotherapeut bij valpreventie?
Een geriatriefysiotherapeut voert eerst een valrisico-analyse uit om persoonlijke risicofactoren in kaart te brengen. Vervolgens stelt de therapeut een persoonlijk valpreventieprogramma op met balansoefeningen, krachttraining voor de benen, looptraining en advies over aanpassingen in huis.
Wordt valpreventie fysiotherapie vergoed?
Ja, valpreventie fysiotherapie wordt in veel gevallen vergoed vanuit de basisverzekering, mits u een verwijzing heeft van uw huisarts. Het aantal vergoede behandelingen hangt af van de indicatie en uw specifieke verzekering. Check altijd vooraf bij uw zorgverzekeraar.
Hoelang duurt een valpreventieprogramma?
Een standaard valpreventieprogramma duurt meestal 8-12 weken, met wekelijkse of tweewekelijkse sessies bij de fysiotherapeut. Daarnaast krijgt u thuisoefeningen mee die u dagelijks of meerdere keren per week doet. Na afloop volgt vaak een onderhoudsschema.
Kan ik ook thuis oefeningen doen voor valpreventie?
Ja, thuisoefeningen zijn een essentieel onderdeel van valpreventie. De geriatriefysiotherapeut leert u oefeningen die u thuis veilig kunt uitvoeren, vaak met gebruik van een stevige stoel of tafel voor steun. Regelmatig oefenen thuis is minstens zo belangrijk als de sessies bij de therapeut.
Is valpreventie ook zinvol als ik nog nooit gevallen ben?
Absoluut. Valpreventie is juist het meest effectief voordat er een val plaatsvindt. Als u risicofactoren heeft zoals medicijngebruik, balansproblemen of spierkrachtverlies, is preventief werken aan uw balans en kracht zeer waardevol om een eerste val te voorkomen.
Op zoek naar een geriatriefysiotherapeut in de buurt?
Vind snel en eenvoudig een geriatriefysiotherapeut bij u in de buurt via onze landelijke zoekgids.
Vind een Geriatriefysiotherapeut